Innovatief vakmanschap

09/05/2016

Een tijdje geleden maakte ik kennis met de term ‘innovatief vakmanschap’. In producten of ontwerpoplossingen zouden duurzaamheid (innovatie) en erfgoed (vakmanschap) op een slimme manier samen moeten gaan in plaats van dat ze elkaar bijten. Dat lijkt me een goed uitgangspunt. De discussie gaat dan over concepten en de aanknopingspunten die het monument daarbij te bieden heeft, in plaats van over het wel of niet toelaten van willekeurige duurzaamheidssausjes op monumenten om een energiereductie te realiseren. Hoe ziet die synergie er in de praktijk uit?

Slimme bouwproducten

De markt is volop bezig met het ontwikkelen van producten waarin een goede duurzaamheidsprestatie wordt gecombineerd met behoud van monumentwaarden. Een bekend voorbeeld is het dunne monumentenglas dat een hoge isolatiewaarde heeft en in de sponning van bestaande vensters gepast kan worden. Ook op het gebied van zonnetechnologie zijn er al verschillende voorbeelden van de integratie van zonnecellen in bouwelementen, zoals vensters en dakpannen. Vaak zijn het (nog) wel blauwe spiegelende oppervlaktes. De producten zijn voorbeelden van innovatief vakmanschap, maar de toepassing is paradoxaal: het gaat namelijk vaak gepaard met vervanging van het oorspronkelijke materiaal.

Het nieuwe dak met 200 zonnepanelen op pakhuis De Zwijger is een prachtig voorbeeld hoe erfgoed en duurzaamheid elkaar kunnen versterken. De Zwijger is een rijksmonument (uit 1934) met een betonnen sheddak dat oorspronkelijk gedekt was met zwart bitumen, later is dit vervangen door lichtgrijs pvc. Op het huidige dak is door het plaatsen van matzwarte zonnepanelen het oorspronkelijke beeld weer teruggebracht. Tim Janszen van leverancier Janszon: “De matzwarte dunne film zonnepanelen zijn reversibel en zonder doorboringen gemonteerd op de betonconstructie, ze zijn in een zwart gecoat frame geschoven met weinig tussenruimte. Het resultaat is een egaal matzwart dakvlak.”

Het ontwerp was de winnaar van de prijsvraag ‘Zon op de Zwijger’ dat in 2014 werd georganiseerd door Stichting de Groene Grachten, Stadsherstel en gemeente Amsterdam. Met deze prijsvraag daagden zij de markt uit om de nieuwe zonnetechnologie toe te passen op dit monumentale dak. Uniek in het winnende ontwerp van JansZon waren de niet-reflecterende, matzwarte panelen en de manier waarop ze bevestigd zijn. Normaal gesproken zijn zonnepanelen op rijksmonumenten alleen bespreekbaar wanneer ze uit het zicht aan de achterzijde worden geplaatst, maar in deze uitvoering mochten ze in het zicht geplaatst worden. De organisatoren hebben met de prijsvraag laten zien dat monumentale daken een rol kunnen spelen in de verduurzaming van de stad.

Slimme energie-uitwisseling tussen monumenten

De synergie tussen duurzaamheid en erfgoed is helemaal optimaal als duurzaamheidsmaatregelen effectief zijn en geen ingrepen in het monument vragen. Dit is het geval bij de winnaar van de Duurzaam Erfgoed Prijs 2016 ‘Tussen Kunst en Kas’. In het project vindt energie-uitwisseling plaats tussen twee rijksmonumenten: museum de Hermitage (De Amstelhof uit 1683) en de Palmenkas van de Hortus Botanicus in Amsterdam (uit 1912). De Hermitage beschikte reeds over een WKO (warmtekoude opslag) installatie, waarbij sprake was van een warmteoverschot; expositiezalen bleken meer koeling dan warmte te vragen. De Hermitage ging daarom op zoek naar een partner met een warmtevraag en die werd 400 meter verderop gevonden: de Hortus Botanicus. De instellingen hebben een gezamenlijke, duurzame energiecentrale ontwikkeld voor de verwarming van de kassen en voor de koeling van de expositiezalen. Tussen de gebouwen worden dit jaar buizen gelegd.

Deze oplossing is gunstig voor zowel de energiehuishouding als de rijksmonumenten. Voor de gezamenlijke energiecentrale zijn namelijk nauwelijks fysieke ingrepen nodig. In de Hermitage voldoet de bestaande ruimte met de WKO-installatie. In de stookkelder van de Hortus worden bestaande ketels vervangen en op het terrein worden niet-monumentale bijgebouwen vervangen door een nieuw bijgebouw voor de installatie (warmtepomp).

Een dergelijke slimme energie-uitwisseling tussen gebouwen klinkt als het ei van Columbus, zeker in het geval van monumenten. Toch komt het nog slechts sporadisch voor. Waarom? Krijn Braber van energieadviseur Infinitus: “In dit geval was er sprake van een toevallige samenloop van omstandigheden, waarbij voor twee problemen slechts één oplossing nodig was. Bij de Hermitage was een onbalans in de WKO en de Hortus stond op het punt om twee oude ketels te vervangen. Dat moet je maar net van elkaar weten. En in verband met de investeringskosten mogen de gebouwen niet verder dan 500 meter uit elkaar liggen. Daarnaast moet het wiel op het gebied van energie-uitwisseling tussen gebouwen nog uitgevonden worden, een dergelijk proces vraagt dus veel tijd en doorzettingsvermogen.”

Slimme ontwerpkeuzes

Volgens Melanie Bloem, project manager bij installatieadviseur Deerns, betekent innovatief vakmanschap slimme ontwerpkeuzes maken die zijn afgestemd op de monumentwaarden. “Monumenten vragen om maatwerk en dwingen je om alternatieve duurzaamheidsmaatregelen te bedenken die in veel andere gevallen met conventionele technieken opgelost zouden zijn. Voor deze ontwerpvraagstukken is een goede samenwerking tussen de installatieadviseur, die hoge duurzaamheidsambities heeft, en de restauratiearchitect nodig, die streeft naar het behoud van monumentwaarden.” Verduurzaming begint wat Bloem betreft met maatregelen in het monument die het energieverlies kunnen terugdringen (verbeteren isolatie, installatietechniek), daarna wordt pas gekeken naar strategische plekken voor ingrepen (zoals daklichten) en toevoegingen (zoals zonnepanelen).

Bij ingrepen en toevoegingen, bijvoorbeeld in het daklandschap, is het monument leidend. Als voorbeeld noemt Bloem het Early Childhood Centre in Wassenaar. Hierbij is een rijksmonumentale 16de eeuwse boerderij ‘Ter Weer’ met koestal uitgebreid met nieuwbouw. Het gevelbeeld van het monument is nauwelijks aangetast, alleen in het dak van de koestal zijn kleine ramen aangebracht. Zonnepanelen zijn op de nieuwbouw geplaatst. Een ander voorbeeld is het Belasting- en Douanemuseum in Rotterdam, twee statige herenhuizen (waaronder een rijksmonument) die zijn samengesmeed tot één museum. Aan de achterzijde is een techniekruimte en dakopbouw met grote ramen toegevoegd waarin de museumzaal is gesitueerd. Behalve de verticale glasstrook tussen de twee panden is het gevelbeeld aan straatzijde niet veranderd.

De drie strategieën laten zien dat er in de praktijk wordt gewerkt aan goede voorbeelden van innovatief vakmanschap. Er worden stappen gezet en er wordt ervaring opgedaan. Laten we hopen dat duurzaamheid en erfgoed over een paar jaar vanzelfsprekend samengaan, zodat verduurzaming niet ten koste gaat van de monumentwaarde maar daaraan juist waarde toevoegt.

Lotte Zaaijer

www.degroenegrachten.nl

www.tussenkunstenkas.nl

www.deerns.nl

Bron: NRP
NRP omdat het nieuwe vastgoed er al staat